Wat is recht?

Recht is een verzamelnaam voor alle regels die er bestaan. In de regels staat wat je wel en wat je niet mag doen.

Rechter spreekt recht

Soms staat er ook in op welke manier je iets moet doen. Sommige regels zijn opgeschreven in wetten. Het recht moet er voor zorgen dat mensen goed met elkaar kunnen samenleven.

Maar soms zijn mensen het niet met elkaar eens over wat er precies in een regel staat. Of ze houden zich niet aan de regels. Of ze krijgen gewoon ruzie. In die gevallen kan de rechter soms uitkomst bieden. De rechter onderzoekt wat er precies aan de hand is, kijkt naar de wetten en andere regels en doet op basis daarvan een uitspraak wat er nu verder moet gebeuren. Een rechter spreekt recht. Vandaar de naam rechtspraak.

Er zijn verschillende soorten recht, ook wel rechtsgebieden genoemd. Elk rechtsgebied heeft zijn eigen rechters. Je hebt de volgende rechtsgebieden:

Civiel recht

Het civiele recht regelt de rechten en plichten die burgers hebben ten opzichte van elkaar. Maar ook de juridische spelregels tussen bedrijven en tussen burgers en bedrijven vallen onder het civiele recht. Als je bijvoorbeeld iets koopt of huurt, als je ergens gaat werken of als er iets speelt in de familie, heb je ermee te maken.
lees meer over civiel recht

Strafrechters

Het strafrecht gaat over dingen die je niet mag doen zoals, stelen, spijbelen en door rood licht rijden.
lees meer over strafrecht

Bestuursrechters

In het bestuursrecht staan de regels waar de overheid zich aan moet houden bij het nemen van besluiten.
lees meer over bestuursrecht

Wat is rechtspraak?

Rechtspraak staat voor wat rechters doen: rechtspreken, een beslissing nemen in een rechtszaak. Rechtspraak met een hoofdletter heeft een andere betekenis. Daarmee wordt de rechterlijke organisatie bedoeld, waarbij de rechters werken.

Mensen, bedrijven, organisaties of overheidsinstanties kunnen een rechtszaak beginnen als ze het ergens niet eens over worden. Ze vragen de rechter dan om een oordeel, waar alle betrokkenen zich aan moeten houden. Rechters kijken dan naar de feiten waar het om gaat en naar de bronnen van het recht. Dat zijn wetten en regels, uitspraken van andere – hogere – rechters en regels die zijn vastgelegd in internationale verdragen. Maar ook gewoontes en gebruiken: zaken die niet zijn opgeschreven, maar die iedereen normaal vindt.