Met het geld dat ze daar verdient, koopt ze vaak spullen voor zichzelf, zoals kleding en make-up. Ze verdient niet heel veel bij de drogisterij, maar een tijdje terug ontdekte ze iets handigs. Bij sommige winkels kun je namelijk online op afbetaling kopen. Dan hoef je niet gelijk het hele bedrag te betalen.
Ze kocht op deze manier schoenen, kleding, en een mobiele telefoon. Maar er komen wel elke keer enveloppen binnen, met aanmaningen erin. En elke keer als ze niet betaalt, worden de bedragen hoger. Ze zorgt er nu voor dat ze de enveloppen van de deurmat pakt, voordat haar ouders ze kunnen zien. Ze stopt ze snel bij het oud papier. Ze weet wel dat ze uiteindelijk moet betalen, maar ze wil er nu gewoon niet aan denken. Zo gaat het een tijdje door, tot er een deurwaarder op de stoep staat.
Schulden als je 18 jaar of ouder bent
Als je 18 jaar of ouder bent, ben je zelf verantwoordelijk voor je financiën en dus ook voor je schulden. Je ouders hebben wel een onderhoudsplicht totdat je 21 jaar bent. Dit betekent dat ze kosten voor je levensonderhoud en je studie moeten betalen. Maar schulden vallen hier niet onder. Ook niet als je nog thuis woont.
Jonger dan 18 jaar?
Als je jonger bent dan 18, verschilt het per situatie of jij of je ouders verantwoordelijk zijn voor je schulden. Het hangt van je leeftijd af en van het type schuld: door een aankoop, door schade of door een boete.
-
Door iets te kopen: als je jonger bent dan 18, mag je in principe zelf geen financiële verplichting aangaan. Dat zou betekenen dat je nooit iets kunt kopen zonder je ouders erbij. Daarom is afgesproken dat jongeren wel aankopen mogen doen die voor hun leeftijd normaal zijn, zoals kleding en eten. Als het niet een gebruikelijke aankoop is voor de leeftijd, kunnen je ouders de koop ongedaan laten maken.
-
Door schade: als je jonger dan 14 bent, zijn je ouders altijd aansprakelijk voor schade die jij veroorzaakt. Als je 14 of 15 jaar bent, zijn je ouders ook aansprakelijk, behalve als ze kunnen aantonen dat ze hun best hebben gedaan hebben om de schade te voorkomen. Vanaf 16 jaar ben in je in principe zelf aansprakelijk, maar als de schade komt doordat je ouders iets verkeerds gedaan hebben, kunnen zij ook aansprakelijk zijn.
-
Door een boete: als je jonger bent dan 16 moeten je ouders je boetes betalen. Als je 16 jaar of ouder bent, moet je zelf je boetes betalen.
Uit de schulden komen
-
Zelf regelen
Je kunt eerst zelf proberen om een regeling te treffen met degene bij wie je de schulden hebt, de schuldeiser(s). Je kunt bijvoorbeeld afspreken dat je over een bepaalde periode terug gaat betalen en hoeveel rente je daarvoor betaalt. Het Nibud heeft een site en een stappenplan die je hierbij kunt helpen. Een mogelijkheid is ook dat een bewindvoerder je helpt bij het aanpakken van schulden en het op orde houden van je geldzaken en bezittingen.
Schuldhulpverlening via de gemeente
Als de schuldeiser niet akkoord gaat met jouw voorstel, kun je contact opnemen met de gemeente waar je woont. Een schuldhulpverlener gaat dan nog een keer proberen afspraken met de schuldeiser te maken. Dat heet een schuldregeling. Als er meer schuldeisers zijn, moeten ze allemaal instemmen met het plan van de schuldhulpverlener. Anders gaat de regeling niet door. Je moet zo veel mogelijk aflossen. De schuldhulpverlener berekent wat je maandelijks nodig hebt om rond te kunnen komen. De rest van je geld gaat naar de schuldeisers. Het Juridisch Loket geeft gratis advies, tips en voorbeeldbrieven voor hoe je het afbetalen kunt gaan regelen.
Er zijn dan 2 manieren om je schulden af te betalen:
- Via schuldbemiddeling: Je betaalt zelf elke maand zo veel mogelijk terug aan je schuldeisers. (schuldbemiddeling)
- Je krijgt een lening bij de gemeente. Daarmee kun je de schuldeisers ineens afbetalen en jij moet dan maandelijks aan de gemeente gaan betalen. (schuldsanering)
Je mag geen nieuwe schulden maken terwijl de schuldregeling loopt. Dat is meestal 3 jaar. Na die 3 jaar kan de rest van je schuld kwijtgescholden worden. Dat deel hoef je dan niet meer te betalen.
-
Als een schuldregeling via de gemeente niet lukt, omdat de schuldeisers niet vrijwillig meewerken, kun je in de wettelijke schuldsanering komen. Dat heet ook wel een Wsnp-traject (Wsnp=Wet schuldsanering natuurlijke personen).
Het aanvragen daarvan loopt via de rechter. Je kunt het niet zelf aanvragen. De schuldhulpverlener bij de gemeente moet dat voor je doen.
Voor het Wsnp-traject gelden strenge eisen:
- Je moet echt je schulden niet meer kunnen betalen.
- Je moet eerst schuldhulpverlening geprobeerd hebben.
- En je mag ook geen ‘foute’ schulden hebben, zoals boetes voor verkeersovertredingen.
Als de rechter akkoord gaat met het verzoek, krijg je een bewindvoerder toegewezen. Die beheert dan een aantal jaren jouw geld. Je krijgt dan maar een klein bedrag om zelf vrij te besteden. De rest komt op een speciale rekening om de schuldeisers mee af te betalen.
Filmpjes van de Raad voor Rechtsbijstand die je meer kunnen vertellen over de Wsnp
Tijdens het Wsnp-traject mag je geen nieuwe schulden maken. Als je aan het eind van het traject je aan de verplichtingen hebt gehouden, begin je weer met een ‘schone lei’. Als je nog niet alle schulden hebt af kunnen betalen, hoeft dat ook niet meer.
-
-
Als het via al deze trajecten niet lukt om uit de schulden te komen, kan de rechter je failliet verklaren.
-
Het Bureau Krediet Registratie (BKR) houdt alle leningen in Nederland bij in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI). De meeste Nederlanders staan in het CKI geregistreerd, omdat je er al in komt te staan als je rood kunt staan op je betaalrekening.
Ook als je een creditcard hebt of, zoals Maja, op afbetaling koopt, sta je geregistreerd. Een mobiel abonnement waarbij je alvast de telefoon krijgt en afbetaald via het abonnement, valt ook onder een lening.
Je staat dan nog ‘positief’ geregistreerd. Dit betekent dat jouw situatie wel te zien is voor bedrijven die jou bijvoorbeeld een lening willen geven, maar dat het nog geen vervelende gevolgen heet.
Als je je rekeningen niet betaalt, kan het een ‘negatieve’ registratie worden. Het kan dan heel moeilijk of zelfs onmogelijk worden om nieuwe leningen of abonnementen af te sluiten.