Bronnen van recht

De rechter moet zich, net als iedereen, houden aan het Nederlandse recht.

Veel recht staat in wetten, maar er zijn ook andere bronnen. Dat zijn de jurisprudentie (het geheel van uitspraken), gewoonten en gebruiken en internationale verdragen. De grondwet is een speciale wet.

Bronnen

  • De meeste regels staan in wetten. Er is bijvoorbeeld een wet waarin staat dat je naar school moet. Er zijn wetten waarin regels staan over kopen, huren, werken en straffen. De meeste wetten worden gemaakt door regering en parlement. Die wetten gelden voor iedereen in het land.

    Provincies en gemeenten kunnen bepaalde wetten verder uitwerken in verordeningen. Een verordening is een soort lokale wet die alleen geldt voor de mensen in een bepaalde gemeente of provincie.

  • Niet al het recht staat in wetten. Elke situatie is immers weer anders, en op elke regel is wel een uitzondering mogelijk. Omdat niet al het recht in de wet staat, kijken rechters ook naar andere rechtsbronnen.

    Eén daarvan is de jurisprudentie. Dat is de verzameling van uitspraken die rechters eerder deden. Een rechter kan in de jurisprudentie opzoeken wat collega’s hebben beslist in zaken die lijken op zijn zaak. De rechter kan deze uitspraken gebruiken als basis voor zijn eigen uitspraak, maar hij kan ook tot een andere uitspraak komen. Dit gebeurt vaak als mensen anders zijn gaan denken over bepaalde zaken. Denk bijvoorbeeld aan abortus en euthanasie. Zo blijft het recht bij de tijd.

  • Een derde rechtsbron bestaat uit gewoonten en gebruiken die iedereen eigenlijk normaal vindt. Ze kunnen verschillen per regio of per beroepsgroep. Op een bloemenveiling gaan mensen op een andere manier met elkaar om dan op een bank. In het Noorden van Nederland vieren de kinderen Sint Maarten, maar in Limburg vieren zij carnaval. Als dat nodig is, houdt de rechter rekening met dit soort gewoonten en gebruiken.

  • De rechter moet ook rekening houden met internationale verdragen. Dit zijn afspraken tussen verschillende landen. Ieder land moet zijn eigen wetten aanpassen aan de internationale verdragen die het heeft ondertekend. Zo heeft Nederland te maken met de regelgeving van de Europese Unie. Het Europese Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens is een bekend voorbeeld van een internationaal verdrag.

    Er bestaat ook een Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. In dat verdrag staat bijvoorbeeld dat kinderen geen soldaat mogen worden, en dat ze recht hebben op onderwijs en verzorging.

    Soms staat in de nationale wetten van een land iets anders dan in de internationale afspraken. In de grondwet staat dat de internationale verdragen dan voorgaan.

  • De grondwet is een bijzondere wet. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat de grondwet de basis is van alle andere wetten. In de grondwet staan algemene regels over de manier waarop mensen met elkaar om moeten gaan. In de grondwet staat bijvoorbeeld dat je niet mag discrimineren. En dat je vrij bent om te zeggen wat je wilt, zolang je tenminste rekening houdt met anderen.

    In de grondwet staat verder ook hoe de Nederlandse maatschappij eruit ziet. Er staat bijvoorbeeld in dat wij provincies en gemeenten hebben.