‘Donder toch op, ga naar je eigen club’, zegt Pieter, terwijl hij een van de jongens een harde duw geeft. De jongens schelden terug en een van hen pakt Pieter vast. De sfeer is gespannen, er wordt gevloekt en geduwd. Pieter verliest zijn zelfbeheersing, trekt zich los en slaat een jongen met zijn vuist hard in het gezicht. De jongen valt op de grond. Pieter is zo boos dat hij nog 3 trappen tegen zijn hoofd geeft. Op dat moment wordt Pieter weggetrokken. De jongen die hij heeft geslagen en geschopt wordt met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht.
Gepakt door de politie
Als de politie je oppakt op verdenking van een strafbaar feit, kom je op het politiebureau terecht. Daar word je verhoord. Je mag dan eerst met een advocaat praten. Die blijft ook tijdens het verhoor bij je, maar mag dan niks zeggen. Je ouders worden op de hoogte gebracht.
Politieverhoor
Tijdens het verhoor vraagt de politie wat er volgens jou is gebeurd. Je hoeft geen antwoord te geven op de vragen die de politie stelt. Soms stuurt de politie je met een waarschuwing naar huis.
Rechter-commissaris
Gaat het om ernstiger feiten, dan wordt proces-verbaal opgemaakt. Als de zaak heel ernstig of ingewikkeld is, moet je misschien een paar dagen op het politiebureau blijven.
Wil de officier van justitie je na 3 dagen nog steeds vasthouden, dan moet een rechter naar de zaak kijken. Die rechter noemen we de rechter-commissaris. Hij bepaalt wat er verder gebeurt. Pieter wordt ’s avonds laat pas opgepakt en meegenomen naar het bureau. De volgende ochtend om 9 uur wordt hij verhoord.
-
In het proces-verbaal staat wat je hebt verklaard en ook wat het slachtoffer en eventuele getuigen hebben gezegd. De politie stuurt dat verbaal op naar de Raad voor de Kinderbescherming en de officier van justitie. Pieter blijkt al vaker in aanraking te zijn geweest met de politie. De officier van justitie wil eerst een paar getuigen horen. Hij besluit dat Pieter nog een paar dagen op het politiebureau moet blijven. Pieter wordt in verzekering gesteld.
-
Als de politie een proces-verbaal opmaakt in een zaak waarbij een jongere is betrokken, stuurt ze dat naar de Raad voor de Kinderbescherming.
De Raad voor de Kinderbescherming maakt een rapport
Een medewerker van de Raad onderzoekt wat er aan de hand is. Hij kijkt bijvoorbeeld hoe het op school gaat,en hoe het thuis is. Daarover schrijft hij een rapport. Daarin staat ook wat er volgens de Raad verder moet gebeuren. De medewerker stuurt het rapport naar de officier van justitie en eventueel naar de rechter.
Omdat Pieter in verzekering is gesteld en dus vast zit op het politiebureau, komt een medewerker van de Raad hem opzoeken. Tijdens dat gesprek blijkt dat er problemen zijn in Pieters gezin, en dat hij vaak spijbelt.
-
Als je verdacht wordt van een misdrijf krijg je een advocaat toegewezen. Dat betekent dat er iemand langskomt op het politiebureau om je te helpen bij de zaak. De overheid betaalt deze advocaat. Je kunt ook een advocaat kiezen; in sommige gevallen moet je die zelf betalen. Vraag daarom eerst goed na, wat voor gevolgen een zelfgekozen advocaat voor jou heeft.
-
De officier van justitie werkt bij het Openbaar Ministerie. Dat is de organisatie die bepaalt of jij voor de rechter moet komen. De officier van justitie leidt het politieonderzoek en beoordeelt de zaak.
Wat doet de officier van justitie?
Als hij vindt dat er te weinig bewijs is, stopt hij de vervolging. Dit noemen we seponeren. Als er wel genoeg bewijs is en het gaat om een zware overtreding of een misdrijf, dan legt de officier van justitie de zaak voor aan de rechter.
Transactie
Lichte strafzaken kan de officier zelf afhandelen. Hij legt dan zelf straffen op, zoals een geldboete. Dat heet een transactie. Of hij kan bepalen dat jij een taakstraf moet doen, bijvoorbeeld bij HALT.
-
Wie in verzekering is gesteld, moet na maximaal 3 dagen naar de rechter-commissaris (rc). Bij jongeren is dat een kinderrechter.
Wat doet de rechter-commissaris?
De rc is een speciale onderzoeksrechter, die bepaalt wat er verder moet gebeuren. Hij kan bijvoorbeeld zeggen dat je onder bepaalde voorwaarden naar huis mag, of dat je nog langer moet worden vastgehouden.
Het verhaal van Pieter
In Pieters geval zegt de rechter-commissaris dat hij naar huis mag als hij zich aan bepaalde voorwaarden houdt, zoals meewerken met de jeugdreclassering. Dat heet het opschorten van de voorlopige hechtenis.
Pieter mag mee naar huis als hij zich aan een aantal voorwaarden houdt. Hij moet luisteren naar de jeugdreclassering, hij mag tussen 8 uur ’s avonds en 7 uur ’s ochtends niet naar buiten en hij mag niet in de buurt komen van de voetbalvereniging van de jongen die hij heeft geslagen en geschopt.
Eenmaal thuis krijgt Pieter een dagvaarding. Dat is een brief van het Openbaar Ministerie waarin staat wanneer hij bij de rechter moet komen en waarvan hij verdacht wordt. Ook de ouders van Pieter worden opgeroepen voor de zitting.
De rechter beoordeelt uiteindelijk of Pieter zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, of hij daarvoor straf verdient en wat die straf moet zijn.
-
Omdat Pieter jonger dan 18 jaar is, valt hij onder het jeugdstrafrecht. Zijn zaak wordt behandeld door de kinderrechter en vindt achter gesloten deuren plaats. Alleen zijn ouders mogen erbij zijn, zijn advocaat en de jongen die hij heeft geschopt. Verder is er een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming.
Meestal kijkt in het jeugdstrafrecht 1 rechter naar de zaak. Alleen als het gaat om heel ernstige zaken, zitten er 3 rechters. Naast de rechter zit de griffier. Hij schrijft precies op wat er allemaal gebeurt tijdens de zitting.
Young Perspectives (YOPE) heeft de video: Jouw Zittingsdag gemaakt over de jeugdstrafzitting.
-
Pieter moet voor de tafel van de rechter gaan zitten. Naast hem zit zijn advocaat achter een bureau. De rechter opent de zitting en controleert eerst Pieters persoonlijke gegevens, zoals zijn naam en adres. Hij zegt ook dat Pieter niet verplicht is antwoord te geven op de vragen. Daarna krijgt de officier van justitie het woord. Hij vertelt waarvan Pieter wordt verdacht en welke bewijzen hij daarvoor heeft. Dat heet de tenlastelegging. Pieter wordt verdacht van ernstige mishandeling. Hij heeft de jongen zo hard geslagen dat hij een gebroken neus heeft. Ook heeft hij hem nog geschopt toen hij al op de grond lag.
-
De rechter heeft van te voren in het dossier gelezen wat er allemaal is gebeurd. Door vragen te stellen aan Pieter en aan de medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming probeert hij nog meer te weten te komen. Ook vraagt hij aan de ouders hoe het nu met hun kind gaat. Daarna krijgt de officier van justitie weer het woord. Hij houdt dan een requisitoir. In dat betoog vertelt hij wat hij van de zaak vindt. Meestal eist hij dan ook een straf. De officier vertelt dat Pieter al eerder iemand heeft geslagen, maar toen met een waarschuwing naar huis is gestuurd. Hij eist daarom een werkstraf van 60 uur.
-
Na de officier krijgt de advocaat het woord. Hij vertelt in een pleidooi wat er volgens zijn cliënt Pieter allemaal is gebeurd. Pieters advocaat zegt dat Pieter spijt heeft, en dat hij veel heeft geleerd van het voorarrest en de schorsingsvoorwaarden. Daarom is een straf niet meer nodig, vindt de advocaat.
-
De rechter geeft daarna het woord weer aan de officier die mag reageren op wat de advocaat heeft gezegd. Dat heet repliek. Daarna mag op zijn beurt de advocaat weer reageren. Dat heet dupliek.
-
De man die Pieter heeft geslagen, is niet op de zitting aanwezig. Hij heeft aan de politie verteld wat er is gebeurd, en dat heeft de politie opgeschreven. Zijn verklaring zit in het dossier dat de rechter krijgt. Het slachtoffer heeft wel het recht op de zitting aanwezig te zijn. Als hij dat wil, mag hij meestal tijdens de zitting het woord voeren. Dat heet het spreekrecht van het slachtoffer.
Meer informatie over slachtoffers van een misdrijf is te vinden bij Slachtofferhulp.
-
Ten slotte vraagt de rechter aan Pieter of hij nog wat wil zeggen. In elke strafzaak krijgt de verdachte als laatste het woord, maar hij hoeft hij niets te zeggen. Pieter zegt nogmaals dat het hem heel erg spijt.
-
Wat kan de rechter allemaal beslissen?
De rechter doet direct na de behandeling van de zaak op de zitting uitspraak. Als drie rechters een zaak behandelen, moeten ze eerst overleggen. Dan volgt de uitspraak 14 dagen later. De rechter kan verschillende soorten straffen opleggen, zoals een geldboete, of een werk- of leerstraf. Dat betekent dat iemand verplicht een tijdje moet werken, of een bepaalde training of cursus moet volgen. Soms moet iemand naar een jeugdinrichting. De rechter kan voorwaardelijk of onvoorwaardelijk straffen. Onvoorwaardelijk wil zeggen dat de straf echt wordt uitgevoerd, voorwaardelijk betekent dat je de straf krijgt als je nog een keer een strafbaar feit pleegt.
De uitspraak
De rechter vindt dat Pieter straf verdient. De rechter sluit de zitting en doet zijn uitspraak: Hij legt een onvoorwaardelijke werkstraf op van 40 uur. Daarnaast vindt de rechter dat iemand Pieter nog een tijdje in de gaten moet houden, omdat hij bijvoorbeeld nog steeds spijbelt van school. De jeugdreclassering houdt meestal toezicht en Pieter wordt verplicht mee te werken aan dit reclasseringstoezicht.
-
De reclassering is een organisatie die helpt bij de uitvoering van straffen. Er is een aparte afdeling die zich bezighoudt met jongeren. Deze jeugdafdeling organiseert bijvoorbeeld cursussen en trainingen op het gebied van sociale vaardigheden of agressiebeheersing.
De Raad voor de Kinderbescherming is verantwoordelijk voor de uitvoering van werkstraffen en houdt op verzoek van de rechter toezicht op jongeren als Pieter.
-
Voor jongeren bestaan speciale gevangenissen. We noemen dit justitiële jeugdinrichtingen. In deze inrichtingen worden jongeren niet alleen opgesloten, maar ook begeleid en behandeld. Jongeren die de maatregel 'Plaatsing in een Instelling voor Jeugdigen' (PIJ) hebben gekregen, gaan naar een speciale behandelafdeling.
Meer informatie op vind je bij de Kinder- en Jeugdrechtswinkel en je kunt altijd bellen of chatten met de Kindertelefoon.
-
De VOG staat voor Verklaring Omtrent het Gedrag. Als je aan het werk wilt wordt er vaak om gevraagd. Zo weet je werkgever of stagebedrijf dat jij in het verleden niet iets hebt gedaan dat je werk in de weg staat. Als je geen strafblad hebt, krijg je altijd een VOG.
Sommige strafbare feiten vormen een bezwaar voor de ene baan of stage, maar voor de andere niet. Elke situatie is anders. Een VOG aanvragen moet je dus altijd doen.